Exorfinen

Inleiding

De laatste decennia is de consumptie van tarwe, soja en zuivelproducten fors toegenomen. Deze voedingsmiddelen bevatten exorfinen, dit zijn morfine-achtige eiwitten uit gluten, zuivel, soja en spinazie. Het woord ‘exorfine’ is de combinatie van ‘exogene’ (lichaamsvreemde) ‘morfine’.

De exorfinen -subklassen

AD(H)D en het beloningssysteem

Exorfinen activeren endorfine en dopamine – twee signaalstoffen die het beloningssysteem in de hersenen activeren – waardoor men zich ontspannen en prettig voelt. Op langere termijn hebben exorfinen een averechts effect. Deze stoffen zorgen namelijk voor een overbelasting van het beloningssysteem, waardoor de werking van endorfine en dopamine afneemt. Hierdoor neemt de gevoeligheid voor ‘normale’ beloningen af en zoekt men sterkere stimuli op.

Een verzwakt beloningssysteem komt onder meer voor bij: 

  • Uitstelgedrag (het vermijden van handelingen die onvoldoende beloning opleveren)
  • ADD/ADHD achtige kenmerken
  • Gebrek aan motivatie
  • Verminderde plezierbeleving (dysforie en anhedonie)
  • Depressie
  • Toegenomen stressgevoeligheid, onrust en piekeren
  • Verslavingen
  • Eetstoornissen
  • Libido en erectiele stoornissen

Exorfinen behoren samen met suiker tot de voornaamste ingrediënten in junkfood en troostvoeding. Uit onderzoek blijkt dat exorfinen uit zuivel en gluten even verslavend zijn als morfine en cocaïne R. Caseïne-exorfinen zijn – zo blijkt uit onderzoek bij dieren – 10 maal sterker dan een zelfde hoeveelheid morfine R. Dat ons lichaam hier op de duur aan gewend raakt, heeft te maken met gewenning (tolerantie). Hierdoor gaat men meer troostvoeding consumeren om hetzelfde effect te bereiken.

Hersengolven

Mensen met een exorfinen belasting hebben afwijkende hersengolven. In 1997 werd het eerste onderzoek gepubliceerd dat het verband legde tussen exorfinen en een afwijkend EEG patroon. Bij kinderen met ADHD die een exorfinen-vrij dieet volgde normaliseerde de hersenactiviteit R . Er doet zich een gelijkaardige situatie voor bij het overmatig consumeren van suiker R . Dit wordt veroorzaakt omdat exorfinen en suiker de werking van endorfine onderdrukken, althans op langere termijn R R1. Deze endorfine ongevoeligheid veroorzaakt een toename van de stresshormonen R , waardoor de hersenactiviteit wijzigt.

links: EEG gedurende de consumptie van exorfinen (veel roodkleurige activiteit)
rechts: EEG na een exorfinen-vrij dieet (veel blauwkleurige activiteit) 

Endorfine

Endorfine maakt deel uit van een centraal modulatiesysteem. Endorfine moduleert de gevoeligheid en afgifte van andere signaalstoffen (neurotransmitters en hormonen) zoals dopamine, insuline, serotonine, oxytocine en cortisol. Exorfinen veroorzaken op langere termijn een endorfine-ongevoeligheid (resistentie). Hierdoor neemt de afgifte en de gevoeligheid van anderen signaalstoffen af die door endorfine worden gemoduleerd R. De symptomen zijn afhankelijk van de ernst van de endorfine-resistentie, de constitutie en de aanleg van het individu. Voorbeelden zijn:

  • Diabetes type 2 R (insuline resistentie)
  • ADD/ADHD R (dopamine resistentie)
  • Depressie R (serotonine resistentie)
  • PTSS, MCS, CVS en burn-out R (cortisol resistentie) met in de laatste fase bijnieruitputting R 
  • Hechtingsstoornissen R (oxytocine resistentie)
  • Osteoporose R (dynorphin-resistentie)
  • Ziekte van Alzheimer R (acetylcholine-resistentie)

Stress

Stress is het fenomeen waarbij de belasting groter is dan de draagkracht van het individu. Endorfine is het snelst werkende anti-stress hormoon, het kan een stressprikkel op minder dan 15 seconden neutraliseren (in tegenstelling tot cortisol dat hier zestig minuten over doet). Endorfine fungeert als een ‘filter’ tussen de binnenkomende prikkels en de verwerking ervan. Zonder deze filter wordt men al snel overweldigd, waardoor zelfs de kleinste prikkel teveel is (bv. opmerkingen, het geluid van de tv of radio). Bij kinderen met kern-autisme is de werking van endorfine dermate verminderd dat ze bijna geen enkele (onverwachte) prikkel kunnen verwerken. Zo blijkt uit onderzoek dat een endorfine-resistentie aan de basis ligt van een overgevoeligheid voor zintuiglijke ervaringen, stress en emotionele conflictsituaties. Voorbeelden zijn:

  • Overgevoeligheid voor stress en prikkels (bv. geuren, geluiden en bepaalde stoffen)
  • Hooggevoeligheid (HSP)
  • Snel geïrriteerd, gefrustreerd of juist snel huilen
  • Afgenomen concentratie, moeite met helder denken en vergeetachtigheid
  • ADD/ADHD en autisme

Exorfinen veroorzaken in eerste instantie een rustgevend effect. Denk hierbij aan het glas melk voor het slapen gaan. Dit effect is echter tijdelijk. Op langere termijn gebeurt namelijk het omgekeerde. Exorfinen verminderen de gevoeligheid van endorfine (resistentie) waardoor de anti-stress functie van endorfine afneemt. Een van de eerste effecten van een exorfinen eliminatiedieet is het beter kunnen verwerken van prikkels.

Astma, hooikoorts, allergieën en stress

De aanleg voor astma, allergieën, hooikoorts en andere allergische reacties wordt onderdrukt door een goede werking van endorfine. Aanhoudende stress (bv. prenataal R, maar ook in een latere levensfase) veroorzaakt een ongevoeligheid van endorfine, waardoor de allergische aanleg (bv. astma) wordt aangewakkerd R. Deze aanleg is in feite een verschuiving van een type-1 cytokine (niet allergisch) naar een type-2 profiel (allergisch). (zie volgend hoofdstuk ‘immuunsysteem’)

Immuunsysteem

Mensen die langdurig worden behandeld met morfine, krijgen problemen met de werking van endorfine. Een van de complicaties van morfine zijn problemen met het immuunsysteem. Bij mensen met een bèta-casomorphin-7 belasting – dit is een exorfine uit koemelk – doen zich vooral immuunproblemen voor van de luchtwegen (bv. astma, hooikoorts), huidklachten (bv. eczeem) en een toename van de allergieën.
Uit een onderzoek dat werd gepubliceerd in 2013 blijkt dat troostvoeding de kans op astma, eczeem, een verstopte neus of loopneus, luchtweginfecties, tranende rode ogen (rhinoconjunctivitis) en allergieën aanzienlijk doet toenemen R.  De oorzaak is een verschuiving in de werking van het immuunsysteem. Uit ditzelfde onderzoek blijkt dat de helft van de astmatische kinderen astma-vrij zijn na een exorfinen-vrij dieet R.

Verschillende cellen zoals witte bloedcellen maar ook cellen die de binnenkant van neus en longen bekleden (epitheelcellen) produceren signaalstoffen, ook wel cytokines genaamd, die het afweersysteem regelen. Bij mensen met een goed afweersysteem werkt het immuunsysteem volgens een type-1 cytokines programmatie. Onder invloed van bèta-casomorphin-7 verandert deze programma in een type-2 cytokines profiel R   R1   R2  R3  R4.  Deze exorfine uit zuivel activeert de allergische aanleg.

Kinderen worden geboren met een onrijp afweersysteem. Dit wordt gekenmerkt door een relatief hoge productie van type-2 cytokines en een lage productie van type-1 cytokines in vergelijking met volwassenen. Onder normale omstandigheden ontwikkelt de afweer zich naar een type-1 profiel (niet allergisch). Echter bij baby’s met een lage DPP-IV enzym activiteit en met een moeder met exorfinen-belasting blijven deze kinderen hangen in een type-2 profiel (allergische aanleg) R.  Zo blijkt uit diverse onderzoeken dat het remmen van de DPP-IV enzym werking allergische klachten en luchtweginfecties in de hand werken R. De ‘oorzakelijke’ behandeling van astma, hooikoorts, allergieën en infecties aan de luchtwegen en oren (bv. middenoorontsteking) is dan ook gebaat met het elimineren van de exorfinen en herstellen van de werking van endorfine en het DPP-IV enzym.

Oorzaken exorfinen overbelasting

Exorfinen worden afgebroken door het DPP-IV enzym. Hapert er wat aan de werking van dit enzym ontstaat een exorfinen overbelasting en een endorfine ongevoeligheid. Algemeen kan gesteld worden dat onze moderne levenswijze, het overconsumeren van troostvoeding en het veelvuldig gebruik van chemische stoffen de voornaamste oorzaak zijn van deze problematiek. Het overzicht met de DPP-IV remmende factoren treft u aan op de volgende pagina. Een paar voorbeelden zijn:

  • De toegenomen consumptie van tarwe en zuivel
  • Veredeling van de tarwegranen (tarwe bevat 5 tot 10 keer meer gluten-exorfinen dan 50 jaar geleden).
  • Wijziging van het bèta-caseïne A2 koeienras naar de meer productieve A1 variant. Hierdoor nam de hoeveelheid melk-exorfinen met meer dan 5.000 % toe.
  • Toename van de DPP-IV remmende factoren zoals antibiotica, statines, organofosfaten, fosforzuur in frisdranken, kwik in voeding en vaccins (thimerosal).